Voordeel alle aard woning: factor 2 in plaats van 3,8

De manier waarop de gratis ter beschikking stelling van een woning aan een werknemer of bedrijfsleider wordt gewaardeerd, ligt al lang onder vuur. De regering heeft nu aangekondigd de regels aan te passen. De waarde wordt berekend met de nieuwe formule: KI × 100/60 × 2.

De ongelijkheid ...

Tot voor kort werd het forfaitaire voordeel van alle aard voor het gratis gebruik van een woning op verschillende manieren berekend:

Woning ter beschikking gesteld door een natuurlijk persoon: kadastraal inkomen woning × 100/60.

Woning met KI lager dan 745 euro ter beschikking gesteld door een rechtspersoon: KI × 100/60 × 1,25.

Woning met KI hoger dan 745 euro ter beschikking gesteld door een rechtspersoon: KI × 100/60 × 3,8.

Er zat dus een grote ongelijkheid in de forfaitaire waardering van het gebruik: een woning ter beschikking gesteld door een rechtspersoon (meestal een vennootschap) was bijna vier keer zo duur. Deze ongelijkheid werd meermaals aangeklaagd door rechtspraak en rechtsleer.

... weggewerkt

De minister van Financiën en de fiscus hebben zich bij die visie neergelegd en aangekondigd de regels te wijzigen. En de minister heeft woord gehouden. De formule blijft behouden, maar de factor 3,8 wordt vervangen door de factor 2:

Kadastraal inkomen woning × 100/60 × 2

Deze formule geldt voor alle waarderingen ongeacht wie de woning ter beschikking stelt. Of de woning ter beschikking wordt gesteld door een rechtspersoon of een natuurlijk persoon is niet meer relevant.

De nieuwe formule zal toegepast worden voor woningen ter beschikking gesteld vanaf 1 januari 2019.

Nieuws

De aangifte vennootschapsbelasting moet dit jaar ten laatste ingediend worden op 24 september 2020. Deze simpele regel geldt enkel voor vennootschappen die hun boekjaar afsluiten van 31 december 2019 tot 31 januari 2020. Begin juni werd de berekeningswijze van de uiterste indieningsdatum extreem vereenvoudigd.

Het standaardtarief van de investeringsaftrek bedroeg voor kmo’s 20% in 2018 en 2019. Vanaf aanslagjaar 2021 (wat meestal overeenkomt met investeringen in 2020) geldt terug het ‘oude’ standaardtarief van 8%.

Toen midden maart de regering de eerste coronamaatregelen nam, waren die vooral bedoeld om de liquiditeitspositie van particulieren en bedrijven te vrijwaren. Naarmate de tijd vorderde en de pandemie afzwakte werden enkele tussenkomsten gestopt of afgezwakt. Andere maatregelen moesten de ondernemingen helpen bij de relance. Het uitstel van betaling van RSZ-bijdragen is één van het laatste type.