Door COVID-19 ook overbruggingsrecht voor onderbrekingen van korte duur

Zelfstandigen hebben dankzij een wet uit 2016 recht op een overbruggingsrecht als zij hun activiteit voor een maand moeten onderbreken of stopzetten. Als gevolg van de COVID-19 pandemie voert de regering een versoepeling in voor onderbrekingen van korte duur. Daardoor ontvangen zelfstandigen een uitkering voor elke periode korter dan één kalendermaand. Het crisis-overbruggingsrecht dekt alvast de maanden maart en april.

Tijdelijk vervangingsinkomen voor zelfstandigen

Zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten die hun beroepsactiviteit verplicht moeten stopzetten door de federale maatregelen ten gevolge van de coronacrisis, hebben recht op de volledige financiële uitkering van het overbruggingsrecht voor de maanden maart en april.
Het gaat om de volgende gevallen:

een zelfstandige die zijn activiteiten volledig moet onderbreken: bv. de uitbaters van bars en restaurants die gesloten zijn, of recreatiecentra;

een zelfstandige die zijn activiteiten gedeeltelijk moet onderbreken: bv. handelszaken die verplicht zijn te sluiten in het weekend of de restaurants die open blijven zonder verbruikszaal;

een zelfstandige die zijn activiteit volledig moet onderbreken gedurende een minimumduur van 7 dagen: bv. de zelfstandige die in quarantaine wordt geplaatst, zelfstandigen die onderbreken ten gevolge van een bijna volledige afname van de activiteit (productieketen wordt stopgezet wegens gebrek aan onderdelen, grondstoffen of werkkrachten).

In deze gevallen:

wordt niet meer vereist zelfstandige in hoofdberoep te zijn sedert meer dan 4 kwartalen, noch 4 kwartaalbijdragen effectief te hebben betaald;

wordt het recht toegekend zelfs indien de zelfstandige al het maximum aantal maandelijkse uitkeringen in het kader van het overbruggingsrecht heeft ontvangen (afhankelijk van het geval 12 maanden of 24 maanden). Bovendien worden de periodes toegekend onder het uitzonderingsregime niet in aanmerking genomen voor het maximale aantal toekomstige toekenningen.

Ook zelfstandigen die preventief sluiten zonder verplichting van de overheid, kunnen een beroep doen op dit overbruggingsrecht op voorwaarde dat ze de activiteiten voor minstens 7 dagen staken.

Praktisch

Aanvragen lopen via het sociaal verzekeringsfonds.
De maandelijkse uitkering bedraagt 1.291,69 euro zonder gezinslast en 1.614,10 euro met gezinslast.
Deze tijdelijke maatregelen eindigen op 30 april maar een verlenging is mogelijk als de COVID-19-epidemie en de federale gezondheidsmaatregelen langer zouden duren.

Nieuws

Echt uitstel kunnen we het niet noemen: wie zijn jaarrekening te laat neerlegt, zal een bijzondere bijdrage voor laattijdige neerleggingen niet moeten betalen. Maar, u krijgt slechts 2 maanden extra.

Met een circulaire van 14 juli 2020 aanvaardt de fiscus nu ook een forfaitaire thuiswerkvergoeding van 129,48 euro. Daarmee hanteren RSZ en fiscus weer hetzelfde cijfer. Een ruling is niet meer nodig.

In het verleden ondernam de wetgever al meerdere pogingen om via fiscale voordelen de Belgische spaarder te verleiden om te beleggen in aandelen. De twee meest recente initiatieven zijn “tax shelters”. De ene voor startende ondernemingen, de andere voor groeibedrijven. Met de Coronawet III komt er daar een derde bij.